Waar verliest uw monument warmte en wat valt er te besparen

Warmteverliezen bij een doorsnee-monument. Indicatie van de hoeveelheid warmte-energie die per gebouw-onderdeel naar buiten verdwijnt.

Leveranciers van isolatiesystemen beloven soms meer energiebesparing dan haalbaar is. Een producent van vloerisolatiesystemen geeft aan dat ‘tot 40 procent op stookkosten kan worden bespaard’. Nu verlaat in een doorsnee niet-geïsoleerd woonhuismonument nooit meer dan 5 procent van de verwarmingsenergie via de begane grond vloer het huis. Dus ook met de allerbeste vloerisolatietechniek is niet meer dan circa 4,5 procent besparing te bereiken.

Waar blijft de warmte in huis?
Bij een ‘doorsnee’ woonhuismonument van 600 m3, dat nog niet is geïsoleerd, half vrijstaat en twee verdiepingen en een zolderruimte heeft, gelden globaal de onderstaande warmteverliespercentages per deel van de gebouwschil:

  • begane grond vloer ca. 5 procent;
  • buitenmuren ca. 25 procent;
  • ramen ca. 30 procent;
  • dak ca. 30 procent;
  • kieren en ventilatie ca. 10 procent.

De meeste besparingskansen liggen dus bij het dak en de vensters. Ook aanpak van de dichte muurdelen bespaart veel.

Monumenten verschillen onderling
De indicatie betreft een gemiddeld woonhuismonument. Is er bijvoorbeeld veel meer glas in de gevels, zoals bij panden uit de periode van het Nieuwe Bouwen, dan komt het verlies via de ramen nog hoger uit. En bij een fabrieksgebouw van één bouwlaag met cementvloer en eenvoudig geconstrueerde sheddaken vertonen dak en vloer beide meer energieverlies.

Partiële isolatie wijzigt de verliespercentages
Wanneer delen van het gebouw worden geïsoleerd, wijzigt de verdeling van energieverliezen. Bij het geïsoleerde deel van de gebouwschil zal het energieverlies flink afnemen. Bij de overige schildelen neemt het energieverlies verhoudingsgewijs toe. In absolute zin is dat niet zo, maar gevoelsmatig wel: na dakisolatie lijken bijvoorbeeld de ramen extra kou en energieverlies te geven. Het monument merkt dat ook: leefvocht-transport door de gebouwschil concentreert zich nu bij de niet-geïsoleerd gebleven delen. Daarom is isolatie liefst als integraal maatregelenpakket, inclusief goede ventilatievoorzieningen, uit te voeren.