Wat heeft het monument van nature te bieden

Leilinden zorgen voor een ideale natuurlijke zonwering. Ze werken ‘volautomatisch’ en zijn in de winter bladloos buiten werking.

Benut en herstel de eigen kwaliteiten van het monument op energetisch gebied
Ga na hoe het monument in het verleden aan de comfortbehoefte voldeed en energie gebruikte. Want ook eerdere bewoners hadden behoefte aan een behaaglijk huis of kantoor. Niet alleen het herstel van vroegere bouwkundige kwaliteiten en het wegnemen van gebreken levert energiebesparing op. Ook kan herschikking van functies in het pand in hoge mate bepalen of het een energiezuinig en comfortabel verblijf biedt.

Combineer restauratie en verbeterde energie-efficiëntie
Veel monumenten zijn door lang gebruik versleten geraakt. Zo kunnen ramen en deuren zijn gaan kieren of slecht sluiten, zijn pannendaken hun winddichte aansmering kwijtgeraakt of zijn oude houten beschietingen van de kap of van zolderkamers verdwenen. Oorspronkelijke houten begane grond-vloeren kunnen zijn vervangen in steen of beton, kelders en kruipruimten kunnen zijn volgestort met puin. In de jaren ‘50 en ‘60 van de vorige eeuw werden veel binnenwanden en suitedeuren gesloopt om een ruime ‘living’ te creëren. Ook verdwenen historische tochtpuien om een grotere entreehal te verkrijgen. Al deze manco’s en wijzigingen zorgden voor forse stijging van stookkosten. Zorgvuldig herstel en reconstructie van mankerende gebouwdelen levert dan dubbele winst op: voor het cultuurwaardenbehoud en voor het energiegebruik.

Laat geen ‘low-tech’ kansen liggen
Profiteer van de aanleg en oriëntering van het gebouw. Projecteer een nieuwe badkamer aan de warme kant van het pand, voorkom teveel zonbelasting door het planten van (lei-)bomen voor de gevel of herstel en gebruik historische binnen- en buitenluiken als warmtebuffer en zonwering. Voor goede ventilatie waren vaak slimme voorzieningen aanwezig; het weer functioneel maken van oude rookkanalen kan gunstig bijdragen, zolang tocht wordt voorkomen. Bij dit alles is het de kunst mee te werken met de historische gebouwopzet en materialen. Ga er niet ‘tegenin’ met wezensvreemde bestemmingen, constructies, details en materialen.