monumentenregie   monumententoezicht

FAQ

Vraag 1:
Kan een eigenaar verplicht worden tot onderhoud van zijn eigen huis omdat het een monument is?

Aan een eigenaar van een monument kan in bepaalde gevallen de verplichting worden opgelegd zijn monument te onderhouden. Dat is mogelijk bij (ernstige) verwaarlozing van het monument. Het kan dan gaan om passief verwaarlozen (geen onderhoud plegen inzake het wind- en waterdicht houden van een monument) als het actief verwaarlozen (bijvoorbeeld het bewust open laten van ramen en deuren) of slopen zonder vergunning. Weliswaar is de Monumentenwet vervallen, maar onderdelen van die wet zijn toch nog van kracht via een overgangsbepaling in de Erfgoedwet. Die overgangsbepaling geldt tot het moment dat de Omgevingswet die bepalingen heeft overgenomen. Dus de formele grondslag voor de instandhoudingsplicht is te vinden in artikel 9.1.1. onder a Erfgoedwet jo artikel 11, eerste lid, Monumentenwet.
De gemeente kan dan ook handhavend optreden (last onder dwangsom). Kijk hier voor meer informatie over de voorwaarden aan een last onder dwangsom.

Vraag 2:
Gelden de regels voor de onderhoudsplicht van rijksmonumenten ook voor gemeentelijke monumenten?

Nee, de regeling in de Erfgoedwet geldt alleen voor rijksmonumenten. De gemeenten stellen zelf de eisen aan het onderhoud van gemeentelijke monumenten. Kijk dus in de gemeentelijke verordening welke regeling geldt.
In de (model) erfgoedverordening van de VNG is ook een bepaling opgenomen waarmee verwaarlozing van gemeentelijk monumenten kan worden tegengegaan. In artikel 13 staat een verbod om ‘een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding noodzakelijk is’.

Vraag 3:
Kan het bevoegd gezag de ERM-uitvoeringsrichtlijnen in de vergunningsvoorschriften opnemen als de aanvrager dat niet zelf in de aanvraag heeft vermeld?

In de Wabo staat dat “aan de omgevingsvergunning voorschriften mogen worden verbonden, die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit is aangegeven in het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.10 tot en met 2.20 ”. Er zijn drie relevante eisen:

  • Noodzaak: het bevoegd gezag zal telkens moeten aangeven dat het stellen van eisen nodig is om het belang van het monument veilig te stellen. Discussie over deze verplichting kan worden vermeden door in de aanvraag te laten vermelden dat de ERM-uitvoeringsrichtlijnen worden nageleefd . Deze optie biedt de meeste (rechts)zekerheid voor de aanvrager en het bevoegd gezag. Er kan immers geen discussie meer ontstaan over de binding aan de ERM-richtlijn. Als aanvrager dit niet heeft gedaan kan het bevoegd gezag in de vergunningvoorschriften opnemen dat de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens de in de beroepsgroep geldende normen, zoals de ERM-richtlijnen. Verstandig is wel een formulering te kiezen waarbij aanvrager de gelegenheid heeft om, op een andere wijze dan door naleving van een ERM-richtlijn, het belang van het monument te borgen. Daarmee wordt meer ruimte geboden aan de aanvrager om alternatieven te kiezen die eenzelfde effect hebben.
  • Publicatiedatum: Vereist is dat de norm van een publicatiedatum is voorzien. Meer actuele uitvoeringsrichtlijnen die nadien zijn gepubliceerd zijn niet van toepassing; alleen de uitvoeringsrichtlijn met de datum die in de vergunning is vermeld.
  • Reikwijdte: de aanvrager bepaalt de reikwijdte van de vergunning. Daardoor zal het bevoegd gezag ook heel gericht moeten verwijzen naar de relevante ERM-uitvoeringsrichtlijnen of delen daarvan. Voorbeeld: als een eigenaar van een monument het rieten dak wil vervangen kan in de omgevingsvergunning uiteraard alleen worden verwezen naar de URL 4004 Riet.

Vraag 4:
Kan bij een aanbesteding geëist worden dat een opdracht wordt uitgevoerd volgens een bepaalde ERM-uitvoeringsrichtlijn?

Ja, de ERM-uitvoeringsrichtlijn is een ‘technische specificatie’ als bedoeld in de Aanbestedingswet. Uiteraard moet de uitvoeringsrichtlijn relevant zijn voor de aard van de opdracht. Klik hier (paragraaf 2.2 van de brochure) voor meer informatie.

Vraag 5:
Hoe kan ik er bij een aanbesteding voor zorgen dat ik een deskundig bedrijf op het werk krijg?

Het stellen van geschiktheidseisen is bij uitstek een middel om te borgen dat er deskundige medewerkers worden ingezet voor de werkzaamheden. Hoewel het niet verplicht is om geschiktheidseisen te stellen, is dat gezien de bij monumentenzorg benodigde kennis en ervaring wel zeer aanbevelenswaardig. ERM heeft de normen voor de geschiktheid van een bedrijf in de monumentenzorg uitgewerkt in beoordelingsrichtlijnen voor architecten, adviseurs, aannemers en hoveniers. De aanbestedende dienst kan zich in beginsel dus baseren op die richtlijn en waar nodig (als de opdracht dat vereist) verder detailleren. Klik hier (paragraaf 3.1 van de brochure) voor meer informatie.

Vraag 6:
Kan bij een aanbesteding geëist worden dat de opdracht wordt uitgevoerd door personeel dat specifiek omschreven kennis (diploma) of ervaring bezit?

Ja, de aanbestedende dienst mag eisen aan kennis en ervaring van het personeel en van het bedrijf opnemen in de aanbestedingsdocumenten. De kennis en ervaring zijn uitgeschreven in de ERM-uitvoeringsrichtlijnen. De aanbestedende dienst kan zich dus baseren op die richtlijnen. Klik hier (paragraaf 3.2 van de brochure) voor meer informatie.

Vraag 7:
Kan bij een aanbesteding geëist worden dat de opdracht wordt uitgevoerd door een bedrijf met een ERM-certificaat?

Hier wordt onderscheid gemaakt tussen een aanbesteding boven de Europese drempel en aanbesteding onder de Europese drempel.
Bij een aanbesteding onder de Europese drempel mag een certificaat geëist worden. In artikel 1.4 van de Aanbestedingswet 2012 staat dat je op objectieve criteria ondernemers moet selecteren voor enkelvoudig en meervoudig onderhands aanbesteden. Het hebben van een certificaat is een dergelijk objectief criterium.
Bij aanbestedingen boven de Europese drempel geldt het volgende. Een ERM-certificaat mag wel als bewijs dienen, maar niet geëist worden. De aanbestedende dienst moet de inhoudelijke eisen in de aanbestedingsdocumenten specificeren. Hij mag wel een ERM-certificaat aanvaarden als bewijs.
Een aanbestedende dienst die de kennis en ervaring van gecertificeerde ondernemingen voor zijn op-dracht wenst kan de essentiële kenmerken van de betreffende ERM-beoordelingsrichtlijn in de aan-bestedingsdocumenten vermelden. Hij kan tevens aangeven dat de inschrijver aan de eisen voldoet als hij beschikt over een ERM-certificaat volgens die beoordelingsrichtlijn. Klik hier (paragraaf 3.2 van de brochure) voor meer informatie.

Vraag 8:
Welke richtlijnen komen er?

ERM streeft er naar om voor alle belangrijke onderdelen van het werk aan monumenten een richtlijn op te stellen.
Een erkenningsregeling bevat de afspraken die gemaakt zijn over de juiste manier om restauratiewerkzaamheden uit te voeren (norm) en over het aantoonbaar en het systematisch borgen van die kwaliteit (borging). In een aantal gevallen is de norm beschreven in een apart document (uitvoeringsrichtlijn). Kijk hier voor een overzicht van bestaande en in ontwikkeling zijnde richtlijnen.

Vraag 9:
Wat zijn ERM-uitvoeringsrichtlijnen?

De uitvoeringsrichtlijnen kunnen worden gezien als een vorm van zelfregulering; het zijn geen wetten, maar praktische richtlijnen die voor en door de markt zijn gemaakt. Doel en totstandkoming lijken sterk op normalisatienormen die in samenspraak tussen publieke en private sector tot stand komen. Normalisatie is het proces waarbij regels op vrijwillige basis tot stand komen door overeenstemming tussen belanghebbende partijen. Daar gaat het ook om een open proces van totstandkoming, waarbij vertegenwoordigers van alle betrokken partijen vrijwillig afspraken maken over een product, dienst of proces. Er zijn wel verschillen, zoals met de NEN-normen. Deze zijn slechts tegen vergoeding toegankelijk. De ERM-uitvoeringsrichtlijnen zijn voor een ieder kosteloos te downloaden en vrij toegankelijk.