monumentenregie   monumententoezicht

FAQ

Vraag 1:
Waarom zou ik met mijn bedrijf overgaan tot erkenning volgens de voor mijn restauratiebranche bestaande kwaliteitsregeling? Het is een dure extra belasting en het levert me geen werk op?

De rijksoverheid, gemeenten en grote opdrachtgevende partijen gaan in het kader van de MoMo gezamenlijk op naar een systeem van kwaliteitsnormen voor het ontwerp en de uitvoering van restauratiewerk. Op dit moment is daarvan nog geen sprake, maar binnenkort zullen aan het toekennen van vergunning en subsidie voorwaarden worden gesteld die inhouden dat ontwerp en uitvoering aantoonbaar aan de betreffende norm voldoen. Uitvoerende partijen kunnen er dan voor kiezen om per project telkens die conformiteit met de door hun branche samen met de RCE geformuleerde normen te laten toetsen. Eenvoudiger is het echter om via het erkenningsysteem van de betreffende branche  het betreffende kwaliteitscertificaat te behalen en erkend te worden.

Vraag 2:
Mijn bedrijf heeft al jaren voldoende expertise en dat is alom bekend. Voor mij levert erkenning dus geen meerwaarde. Wat is voor mij het belang van erkenning?

Juist omdat op dit moment van economische recessie er veel concurrerende partijen op de markt verschijnen die aangeven het werk ook te kunnen maken, is wat tot nu toe goed ging beslist geen garantie voor een dito toekomst. Om te zorgen dat deskundige uitvoerenden, zoals u, bij restauratiewerk betrokken kunnen blijven, is een goed filter op al die potentiele concurrenten nodig. De enige geoorloofde manier om je juiste man op het juiste werk te krijgen is door vakinhoudelijke kwaliteitseisen te stellen aan het werk. Een erkenning of certificering, zoals die bij meerdere restauratiebranches actief is, levert zo'n vakinhoudelijk kwaliteitsfilter, op een wijze die zowel door de (rijks)overheden als de Nederlandse Mededingings Autoriteit (NMa) als legitiem-toelaatbaar wordt geacht. Inhoudelijke kwaliteit is daarbij de norm en daarmee worden ondeskundige partijen buiten boord gehouden. En dat is ieders belang.

Vraag 3:
Welke richtlijnen komen er?

ERM streeft er naar om voor alle belangrijke onderdelen van het werk aan monumenten een richtlijn op te stellen.
Een erkenningsregeling bevat de afspraken die gemaakt zijn over de juiste manier om restauratiewerkzaamheden uit te voeren (norm) en over het aantoonbaar en het systematisch borgen van die kwaliteit (borging). In een aantal gevallen is de norm beschreven in een apart document (uitvoeringsrichtlijn). Klik hier voor een overzicht van bestaande en in ontwikkeling zijnde richtlijnen.

Vraag 4:
Wat zijn ERM-uitvoeringsrichtlijnen?

De uitvoeringsrichtlijnen kunnen worden gezien als een vorm van zelfregulering; het zijn geen wetten, maar praktische richtlijnen die voor en door de markt zijn gemaakt. Doel en totstandkoming lijken sterk op normalisatienormen die in samenspraak tussen publieke en private sector tot stand komen. Normalisatie is het proces waarbij regels op vrijwillige basis tot stand komen door overeenstemming tussen belanghebbende partijen. Daar gaat het ook om een open proces van totstandkoming, waarbij vertegenwoordigers van alle betrokken partijen vrijwillig afspraken maken over een product, dienst of proces. Er zijn wel verschillen, zoals met de NEN-normen. Deze zijn slechts tegen vergoeding toegankelijk. De ERM-uitvoeringsrichtlijnen zijn voor een ieder kosteloos te downloaden en vrij toegankelijk.

Vraag 5:
Kan het bevoegd gezag de ERM-uitvoeringsrichtlijnen in de vergunningsvoorschriften opnemen als de aanvrager dat niet zelf in de aanvraag heeft vermeld?

In de Wabo staat dat “aan de omgevingsvergunning voorschriften mogen worden verbonden, die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit is aangegeven in het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.10 tot en met 2.20 ”. Er zijn drie relevante eisen:

  • Noodzaak: het bevoegd gezag zal telkens moeten aangeven dat het stellen van eisen nodig is om het belang van het monument veilig te stellen. Discussie over deze verplichting kan worden vermeden door in de aanvraag te laten vermelden dat de ERM-uitvoeringsrichtlijnen worden nageleefd . Deze optie biedt de meeste (rechts)zekerheid voor de aanvrager en het bevoegd gezag. Er kan immers geen discussie meer ontstaan over de binding aan de ERM-richtlijn. Als aanvrager dit niet heeft gedaan kan het bevoegd gezag in de vergunningvoorschriften opnemen dat de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens de in de beroepsgroep geldende normen, zoals de ERM-richtlijnen. Verstandig is wel een formulering te kiezen waarbij aanvrager de gelegenheid heeft om, op een andere wijze dan door naleving van een ERM-richtlijn, het belang van het monument te borgen. Daarmee wordt meer ruimte geboden aan de aanvrager om alternatieven te kiezen die eenzelfde effect hebben.
  • Publicatiedatum: Vereist is dat de norm van een publicatiedatum is voorzien. Meer actuele uitvoeringsrichtlijnen die nadien zijn gepubliceerd zijn niet van toepassing; alleen de uitvoeringsrichtlijn met de datum die in de vergunning is vermeld.
  • Reikwijdte: de aanvrager bepaalt de reikwijdte van de vergunning. Daardoor zal het bevoegd gezag ook heel gericht moeten verwijzen naar de relevante ERM-uitvoeringsrichtlijnen of delen daarvan. Voorbeeld: als een eigenaar van een monument het rieten dak wil vervangen kan in de omgevingsvergunning uiteraard alleen worden verwezen naar de URL 4004 Riet.