Biobased materialen: ouder dan we denken
17 April 2026
Onlangs werd door de Nationale Monumentenorganisatie (NMo) een bijeenkomst voor bouwkundigen georganiseerd rondom het thema natuurlijk isoleren. Felix Kusters van Stichting ERM was één van de sprekers. De zogeheten ‘biobased’ isolatiematerialen staan de afgelopen jaren weer volop in de belangstelling en ook de NMo-sessie was druk bezocht. Waar moeten de bouwkundigen op letten bij de selectie en toepassing ervan?
Plaats van handelen was de Centrale Markthal, een enorm rijksmonument in Amsterdam-West dat door erfgoedorganisatie BOEi wordt gerestaureerd en herbestemd. Als onderdeel van het EU-project LIFE BIOMATINE komt er ook een biobased oplossing voor de vervanging van het bimsbetonnen dak, dat aan vervanging toe is. De middag startte met een rondleiding door het imposante gebouw. Niet alleen de architectonische schoonheid kwam daarbij aan bod; ook één van de huurders, houtbouwer Finch stelde zijn deuren open. Het betrof een ruimte die met behoud van de (rijks-) monumentale waarden geïsoleerd was.
De rondleiding eindigde in een presentatieruimte waar Koos de Looff, directeur van NMo, iedereen vervolgens welkom heette en het woord gaf aan Gerard Schuurman en Sietse van der Spuij van BOEi, beiden betrokken bij de Centrale Markthal.
Gerard Schuurman ging in op de historie van de Centrale Markthal, het enorme Rijksmonument van 60 bij 100 meter dat sinds 2016 in bezit is van BOEi en waarvan de cascorestauratie in 2023 werd afgerond. “Het werd in 1934 als onderdeel van een groot terrein gebouwd voor de centrale voedselvoorziening van Amsterdam. Nu heeft het pand een gemengde bestemming, met een veelheid aan bijzondere ondernemingen. Er zitten er zo’n 40 huurders in, allemaal actief langs de lijnen creatief, circulair en culinair. Voor de restauratie van het betonnen dak zijn we aangehaakt bij het initiatief LIFE BIOMATINE, waarmee we met Europese steun een biobased alternatief bij het dak willen toepassen. Dat proces zitten we nu middenin.”
Collega Sietse van der Spuij: “Toen de Centrale Markthal gebouwd werd, de periode 1932-1934, kwam het prefab beton net op. Wat we hier zien is vermoedelijk een betondak van Arkel BV. Bimsbeton is een lichte betonsoort omdat er gruis van tufsteen in verwerkt is; daarom is het de helft lichter dan regulier beton en goed geschikt voor daken. Van de 3950 platen zijn er op een later moment zo’n 1000 vervangen. Nu komen we op een moment dat het geheel moet worden vervangen: het lekt overal, de aansluitingen zijn niet goed meer en het dak is ook niet veilig te betreden. Het EU-project stelt ons in staat om nu te werken aan een nieuwe plaat, die bestaat uit een mix van harsen, suikerriet en lignine gewonnen uit dennebomen. Dat materiaal is ook nog eens de helft lichter dan bimsbeton, wat de toepassing van zonnepanelen er bovenop makkelijker zal maken.”
Na BOEi was het de beurt aan Anne Schakel van de Groene Grachten, die als duurzaamheidsadviseur binnen het LIFE BIOMATINE-project gewerkt heeft aan het biobased isoleren van een blok sociale huurwoningen in Amsterdam, de Tasmanblokken. “Het gaat om vier blokken van in totaal 557 woningen, die stuk voor stuk dampdicht moesten worden geïsoleerd. Een interessant project, omdat we hier een zeer brede selectie gedaan hebben van alle biobased isolatiemogelijkheden. Daarbij is gekeken naar factoren als de thermische prestatie, de milieuimpact, de brandklasse en de kosten. Ook het percentage biobased is belangrijk: in Nederland noemen we het biobased als het voor 70% materialen betreft die weer terug kunnen groeien. Uiteindelijk is gekozen voor isolatie met houtvezel, een materiaal dat makkelijk per individuele woning kan worden toegepast. Er werd hierdoor in totaal 775 ton CO2 bespaard.”
De volgende spreker was Hans de Witte, specialist verduurzaming bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hij benadrukte het belang van een goede bouwkundige staat van een monument, alvorens aan verduurzaming te kunnen beginnen. “Dat is echt een basisvoorwaarde voor verduurzaming”, aldus De Witte. “Is de bouwkundige staat niet op orde, dan heeft verduurzaming ook weinig zin. Je begint dus met een inventarisatie van te nemen bouwkundige maatregelen. Bij isolatie geldt ook: ventileren is ontzettend belangrijk. En soms zijn de meest simpele maatregelen het meest effectief. Kierdichting levert bijvoorbeeld al veel op. En voor iedere monumenteigenaar kan ik de publicatie De Warme Jas aanraden. Het eerste hoofdstuk gaat over strategie en aanpak, en is een perfect startpunt.”
De laatste spreker was Felix Kusters van Stichting ERM, de platformorganisatie die onder andere richtlijnen voor restauratie en onderhoud beheert en onder de aandacht brengt. Kusters begon met een geschiedenisles: hoewel biobased modern en innovatief klinkt, is het feitelijk een voortzetting van een eeuwenoude traditie. Kusters: “Die isolatiepraktijk begon in Nederland in de 17e eeuw, toen men er achter kwam dat met afvalmaterialen als turfmolm, houtkrullen, boekweitdoppen en vlasafval goed geïsoleerd kon worden. Later kwamen daar grassen, schelpen, mossen en stro bij. Die materialen verdwenen door opkomst van de industriële varianten en de brandveiligheidseisen naar de achtergrond, maar staan nu weer volop in de belangstelling. Het bijzondere is dat veel historisch isolatiemateriaal na eeuwen gebruik, vaak nog prima is. Behoud is dan beter dan vervanging, zo staat het ook in de ERM-richtlijnen. Voor isolatiewaarden van de verschillende producten, ook biobased, hebben wij prestatiebladen gemaakt. Die worden veel geraadpleegd.”
Na een levendige discussie over de keuze van materialen, was het tijd voor een laatste tour door de Centrale Markthal op weg naar een gezamenlijke borrel. Een mooie afsluiting van een boeiende middag, die hopelijk ook weer zal leiden tot nieuwe voorbeelden. Want biobased isoleren blijkt al zo oud te zijn als veel monumenten!