RMO-Restauratoren: bruggenbouwers tussen object, onderzoek en publiek
30 Juni 2026
Bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden werken restauratoren aan veel meer dan het herstellen van objecten. Eliza Jacobi en Renske Dooijes vertellen hoe zij collecties onderzoeken, tentoonstellingen mogelijk maken, kennis delen en hoe ze bijdragen aan de professionalisering van hun vak. Daar hoort voor Dooijes en Jacobi ook aansluiting bij het Restauratoren Register bij.
Wie denkt aan restauratie, denkt al snel aan geconcentreerd handwerk aan een kwetsbaar object. Dat beeld klopt, maar is slechts een deel van het verhaal. In het restauratieatelier van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) draait het werk om zorg, onderzoek, documentatie, tentoonstellingen, bruiklenen, klimaat, materiaalkeuzes en kennisoverdracht. Restauratoren Eliza Jacobi en Renske Dooijes laten zien hoe veelzijdig hun vak is.
“Wij houden ons als restauratoren niet alleen bezig met de restauratie van de collectie, maar ook met de montage van tentoonstellingen, het klimaat in vitrines en het geven van advies over conservering,” vertelt Dooijes. “We zijn bij allerlei aspecten van collectiezorg betrokken.” Dooijes en Jacobi werken in Leiden binnen een team van in totaal vier restauratoren en drie collectiebeheerders. “Daarnaast werken we met een flexibele schil van externe experts, maar bijvoorbeeld ook mensen die kunnen helpen bij de opbouw van tentoonstellingen. Bij tentoonstellingen zijn extra vakbekwame handen vaak onmisbaar.”
Sinds 1835
Eliza Jacobi is restaurator van organisch materiaal. Haar achtergrond ligt in kunstgeschiedenis en boek- en papierrestauratie, maar haar werkterrein is in de loop der jaren steeds breder geworden. “Ik werk eigenlijk met allerlei organisch materiaal,” zegt ze. “Leer, papier, perkament, papyrus en ook fotografie en archiefmateriaal. De laatste jaren is papyrus de focus geworden.”
Jacobi volgde haar opleiding aan het ICN, net voordat deze overging naar de Universiteit van Amsterdam. Daarna werkte ze jarenlang in een commercieel atelier in Amsterdam en deed ze internationale ervaring op, onder meer in Australië, Indonesië en Kuala Lumpur. Die brede basis komt in het museum dagelijks van pas.
Renske Dooijes houdt zich bezig met onder meer keramiek, glas, steen en gips. Vooral de grote collectie historische gipsen afgietsels neemt een bijzondere plaats in haar werk in. “Er is steeds meer interesse in de restauratie van gipsen afgietsels,” vertelt ze. “Soms is een object verloren gegaan , maar bestaat het afgietsel nog wel. Of het afgietsel is inmiddels in betere staat dan het origineel. De scherpte en informatiewaarde van zo’n afgietsel kunnen heel bijzonder zijn.”
Dooijes begon met Mediterrane archeologie, werkte al bij het museum en rolde via een stage het restauratieatelier in. Daarna volgde ze bij het ICN de opleiding met het specialisme keramiek en glas. Inmiddels werkt ze al vele jaren bij het RMO. “Alleen al het gegeven dat hier in 1835 al restauratoren werkten, maakt het een fantastische werkplek,” aldus Dooijes. “Er is ontzettend veel ruimte om zaken goed en zorgvuldig aan te pakken.” Dooijes werkt er dan ook al 25 jaar. Juist die lange betrokkenheid maakt haar blik op de collectie waardevol: ze kent objecten, eerdere behandelingen en de geschiedenis van het museum van binnenuit.
Onderzoek als kern van het vak
Restauratie is bij het RMO nauw verbonden met onderzoek. Sterker nog: restauratie is zelf ook een vorm van onderzoek. Tijdens het werken aan een object worden materialen, technieken, schadebeelden en eerdere ingrepen onderzocht, gedocumenteerd en geïnterpreteerd. Niet alleen de vraag hoe een object kan worden gestabiliseerd of hersteld is belangrijk, maar ook wat een object vertelt over materiaalgebruik in vroegere tijden, over zijn latere geschiedenis en over de ontwikkeling van het restauratievak zelf.
Jacobi werkt bijvoorbeeld aan onderzoek naar pigmenten en kleur in een Egyptisch Dodenboek. “Er is bijna geen onderzoek gedaan naar de materialiteit,” zegt ze. “In het onderzoek kijken we welke pigmenten zijn gebruikt, hoe zijn kleuren opgebouwd en wat vertellen latere ingrepen ons over de geschiedenis van het object? Dat doen we nu in een omvangrijk project.” Daarbij werkt ze samen met de conservator en natuurwetenschappers. Haar rol ziet ze als verbindend: “Wij zijn de brug van de chemie naar de conservator, en uiteindelijk het publiek. We kunnen technische resultaten vertalen naar betekenisvolle vragen en verhalen.”
Die biografie van het object staat centraal. Waar komt het vandaan? Hoe is het gebruikt? Wat is er later mee gebeurd, en welke restauraties heeft het ondergaan? “De materialiteit komt daarbij heel erg naar voren,” aldus Jacobi. “De tekst van zo’n papyrus is vaak het vertrekpunt, maar de materiaalgeschiedenis vertelt ook veel: over gebruik, omgang, schade, herstel en de museale geschiedenis.”
Ook Dooijes kijkt nadrukkelijk naar eerdere ingrepen en naar de conserveringsbiografie van objecten. “Je kunt met archieven en eerdere restauraties veel achterhalen,” vertelt ze. In de glascollectie werd in de jaren zestig bijvoorbeeld veel met polyester gewerkt. “Toen was dat geweldig om te kunnen doen. Nu weten we dat sommige lijmen slecht verouderen. Je kunt zien hoe materialen degraderen.”
Collectiezorg met een lange adem
Het werk van de restauratoren gaat vaak over keuzes voor de lange termijn. Zo werd binnen een door Jacobi opgezet project de papyruscollectie systematisch in kaart gebracht. “Alle jaarverslagen vanaf 1820 heb ik doorgeplozen,” vertelt ze. “De papyruscollectie was in het begin van de negentiende eeuw een topcollectie. Daar ging toen veel aandacht en geld heen.” Door die geschiedenis te kennen, kan het museum vandaag beter onderbouwde keuzes maken.
“We hebben nu 750 inventarisnummers van de papyruscollectie in beeld en weten in welke staat ze verkeren,” zegt Eliza. Dat lijkt misschien administratief, maar het is essentieel voor goede collectiezorg. Het maakt zichtbaar waar risico’s zitten, waar prioriteiten liggen en welke objecten extra aandacht nodig hebben.
Dooijes onderstreept dat belang. “De papyruscollectie is nu heel goed in kaart gebracht. Eerder deden we dat al voor een belangrijke groep Grieks aardewerk uit de Canino Collectie. Het zou mooi zijn als we vergelijkbaar onderzoek uiteindelijk voor de gehele collectie kunnen doen.” Bij toekomstige verplaatsingen en tentoonstellingen is zo’n overzicht van grote waarde.
Onderdeel van een groter geheel
Werken als restaurator binnen een museum betekent dat je onderdeel bent van een groter systeem. Het object blijft niet los van zijn context: herkomst, documentatie, onderzoek, publieksfunctie, bruikleenverkeer en tentoonstellingstechniek spelen allemaal mee.
“Het grote verschil met restauratoren die voor particulieren werken, zit denk ik in de systemische aanpak,” zegt Jacobi. “In een museum kijk je niet alleen naar een behandeling, maar de zorg voor de gehele collectie. We kunnen plannen voor de toekomst maken en kijken waar de zorg naar uitgaat. Plannen en vooruitdenken.” Renske vult aan: “We werken in het online museumregistratiesysteem: daarin staat informatie over herkomst en over de restauratie. We proberen ook echt alles goed vast te leggen, we zien dat als een belangrijk onderdeel van ons werk.”
Kennis delen hoort daar nadrukkelijk bij. Dooijes en Jacobi geven les aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden, verzorgen lezingen, schrijven artikelen en begeleiden stagiairs.
Toetreding tot het Restauratoren Register
Dat Dooijes en Jacobi zich, als de eerste twee museumrestauratoren, hebben laten registreren in het Restauratoren Register, is voor hen meer dan een formele stap. Het gaat om erkenning van vakbekwaamheid, transparantie en professionalisering van een beroep dat niet wettelijk beschermd is.
“Ik vond het echt belangrijk om me op te geven voor het Restauratoren Register,” zegt Jacobi. “Het gaat om de professionalisering van het vak. Het Register helpt om zichtbaar te maken dat ons werk toetsbaar en professioneel is. Gelukkig zag onze leidinggevende dat belang ook in.”
Dooijes benadrukt waarom het nodig is: “Het is geen beschermd beroep. Daarom is het belangrijk dat we als restauratoren gezamenlijk de kwaliteit borgen.” Juist voor instituutsrestauratoren, die niet hoeven te solliciteren op opdrachten zoals zelfstandige restauratoren dat doen, is registratie een krachtig signaal naar buiten: dit is professioneel, toetsbaar en transparant vakmanschap.
Het traject vroeg om reflectie op het eigen werk. “Het was veel administratie,” zegt Dooijes, “maar ik vond het ook leuk om alles op een rijtje te zetten.” Ze koos een mix van projecten: van grote restauraties tot kleinere, minder zichtbare maar belangrijke werkzaamheden. Jacobi gebruikte onder meer rapporten uit haar eigen praktijk en projecten binnen het museum. “Ons werk is een stukje sec restauratie doen,” zegt ze, “maar we doen heel veel eromheen: onderzoek, documentatie, advies, risico-inschatting en kennisoverdracht, ook dat wilde ik laten zien.”
Van papyrus tot gips, van leer tot glas
De voorbeelden uit hun dagelijkse praktijk laten zien hoe rijk en afwisselend het vak is. Jacobi vertelt over dozen met archeologisch leer die in het depot stonden. “Er bleken enorme collecties leer te zijn: veel schoenen, een tent, een schild. Het materiaal is kwetsbaar: hard, bros en vaak complex in combinatie met andere materialen. “Metaal houdt niet van leer,” zegt Jacobi. “En nog steeds staan er in het depot dozen met verrassingen te wachten. Het werk blijft spannend.” Renske noemt als favoriete recente projecten onder meer de restauratie van het grote gipsafgietsel van de Athena groep van het Pergamon altaar, de collectie miniatuur gipsjes voor de tentoonstelling Galleria, een porseleinen vaasje bij een negentiende-eeuwse klok en -minder aansprekend maar niet minder belangrijk- het ordenen van archieven. “Er zijn in Nederland veel archieven die moeten worden ontsloten, voordat kennis verloren gaat. Ook daar geven we advies over.”
Daarmee laten beide restauratoren zien dat restauratie niet alleen gaat over het object dat vandaag op de werktafel ligt. Het gaat ook over documentatie, overdracht, toekomstige toegankelijkheid en de vraag hoe kennis behouden blijft voor collega’s, onderzoekers en publiek. Een prachtig en divers vak dus!
Het Restauratoren Register is een initiatief van de stichting ERM in samenwerking met diverse organisaties waaronder Art Restorers Association Nederland, Restauratoren Nederland, het Restauratie Convergent en de Vereniging Restauratoren Noord. ERM is een onafhankelijke stichting en beheerder van het Restauratoren Register. De restaurator als bedoeld in het Restauratoren Register onderzoekt -en indien nodig herstelt- objecten en grijpt daarmee fysiek in in het te restaureren object ter behoud van het roerend cultureel erfgoed. De Register Restaurator combineert hierbij (wetenschappelijk) inzicht met technische vaardigheden. De uitdaging is om praktische oplossingen te vinden voor complexe vraagstukken met inachtneming van de restauratie-ethiek.
Meer informatie over het Restauratoren Register is te vinden op: https://www.restauratorenregister.nl/index
Renske Dooijes (links) en Eliza Jacobi in het Rijksmuseum van Oudheden. Eigen foto