Restauratieladder

Het behoud van monumentale waarden is het belangrijkste uitgangspunt bij restauraties en onderhouds- of herstelprojecten. Maar hoe maak je dit waar, te midden van allerlei vragen en keuzes? Daartoe is de Restauratieladder ontwikkeld. Een praktische houvast die inmiddels gemeengoed is geworden voor monumenteigenaren, toezichthouders en vergunningverleners, uitvoerende partijen zoals aannemers en ontwerpers, zoals architecten en adviseurs.

De Restauratieladder biedt monumenteigenaren, opdrachtgevers, adviseurs, architecten en aannemers een heldere leidraad voor het maken van de juiste keuzes bij de ingrepen. De Restauratieladder is gebaseerd op het Charter van Venetië, het internationale handvest voor het behoud en restauratie van monumenten en stads- en dorpsgezichten.

Aan een restauratie- en onderhoudsproject gaat een waardestelling door een gekwalificeerde expert vooraf. Dit onderzoek naar de monumentale waarden van het gebouw vormt de basis bij het maken van keuzes voor ingrepen. Het keuzeproces heeft stichting ERM verwerkt in een praktisch stappenplan dat helpt bij het maken van keuzes: de Restauratieladder.

De Restauratieladder maakt kiezen een stuk eenvoudiger

Restaureren heeft alleen zin als u de monumentale waarden van het gebouw er ook echt mee in stand houdt of versterkt. Tegelijkertijd tast elke ingreep, hoe klein ook, per definitie de cultuurhistorische waarden aan. Daarom is het uitgangspunt bij elk(e) restauratie en onderhoudswerk: 'zo veel als noodzakelijk is en zo weinig als mogelijk is.'

De Restauratieladder onderscheidt drie ingreepniveaus (laddertreden) van restaureren, aflopend in voorkeur. Behoud van de oorspronkelijke onderdelen staat altijd voorop. De keuze bij elke ingreep hangt af van de monumentale waarde van onderdeel, de gebruikerswensen en de beschikbare financiële middelen. Uiteraard hebben de keuzes ook invloed op het benodigde budget. Elke ingreep begint met een waardestelling.

Bepalen van de waardestelling

De eerste stap bij elke restauratie: de waardenstelling bepalen. Voorafgaand aan een restauratie brengt een gekwalificeerde deskundige de (cultuur)historische, esthetische en/of architectonische waarden van het monument in kaart en legt ze (aantoonbaar en toetsbaar) vast. In de waardenstelling wordt ook nagegaan welke onderdelen van het gebouw geen historische waarde hebben en dus niet per se behouden moeten blijven. Wat wil de monumenteigenaar? Wat heeft de monumenteigenaar of opdrachtgever precies voor ogen? De antwoorden op die vraag zijn cruciaal voor het projectsucces. Met de Restauratieladder krijgt u die antwoorden op tafel.

De Restauratieladder vormt tevens de basis voor het Model- Restauratiebestek. Belangrijke overwegingen bij elke ingreep:

  • Beperk de omvang van elke ingreep tot een minimum ('zo veel als noodzakelijk is en zo weinig als mogelijk is').

  • Voer de ingreep degelijk uit, zodat latere nieuwe ingrepen niet nodig zijn, of heel lang kunnen worden uitgesteld.

  • Om schade aan monumentale onderdelen te voorkomen, moeten reparaties altijd zwakker zijn dan het origineel.

  • Vervang bij voorkeur met hetzelfde materiaal (of materiaal met dezelfde eigenschappen) en/of dezelfde techniek. De voorkeursvolgorde van ingrepen uitgelegd

Laddertrede 1: Conserveren

Conserveren heeft altijd de voorkeur. De bestaande situatie blijft dan zoveel mogelijk intact. Eventuele ingrepen dienen alleen om het verval te stoppen of verdere aantastingen te voorkomen, zoals reinigen of het aanbrengen van beschermende middelen.

Laddertrede 2: Repareren

Als conserveren alleen niet meer volstaat, kunnen beschadigde onderdelen worden gerepareerd. Let wel goed op dat niet meer materiaal wordt vervangen of toegevoegd dan strikt nodig is. Voorbeelden van reparaties zijn het repareren van beschadigde stenen of het plaatselijk vernieuwen van voegwerk.

Laddertrede 3: Vernieuwen

Bij onderdelen die ook niet meer kunnen worden gerepareerd, zit er maar één ding op: vernieuwen of vervangen. U heeft hierbij 3 opties (aflopend in voorkeur):

3a - Kopiëren: de aangetaste onderdelen worden exact nagemaakt en vervangen, zonder verbeteringen of aanpassingen.

3b - Imiteren: de oude vorm wordt zoveel mogelijk benaderd, met toepassing van moderne technieken en/of andere materialen.

3c - Verbeteren: het bestaande beeld blijft zoveel mogelijk intact. Het betreffende onderdeel wordt echter aangepast aan moderne eisen op het gebied van akoestische en thermische isolatie en inbraakwering. Denk bijvoorbeeld aan achterzetbeglazing bij heel oude vensters met bijzondere detaillering. Andersom kan ook: bijvoorbeeld kunststof kozijnen uit een latere periode vervangen door houten kozijnen die beter passen bij het historische karakter.

Vernieuwen valt onder 'nieuw werk'
Het volledig vernieuwen (reconstrueren) van monumentale onderdelen valt onder ‘nieuw werk’ en wordt als vanouds opgebouwd binnen de beschikbare STABU-paragrafen voor nieuw werk. De bestekschrijver geeft bij het van toepassing verklaren van een uitvoeringsrichtlijn minimaal aan welke stap (trede) van de restauratieladder van toepassing is.

Restauratieladder in de praktijk
Op de website Restauratiebestek (klik hier) zijn voorbeelden van de toepassing van de Restauratieladder te vinden in verschillende praktijksituaties. Bij deze voorbeelden staan ook de te gebruiken uitvoeringsrichtlijnen en besteksposten vermeld.

De Restauratieladder wordt toegepast in: Het Model-Restauratiebestek: een modelbestek voor werkzaamheden aan bestaande onderdelen van monumenten.

De ERM-uitvoeringsrichtlijnen: gedetailleerde richtlijnen voor een juiste uitvoering van restauraties en onderhoudswerken.